Boeken uitgegeven in het Nederlands

De Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomon, beter bekend als de orde van de tempeliers, was een geestelijke ridderorde, opgericht aan het eind van de elfde eeuw. Het doel van de orde was aanvankelijk om de pelgrims te beschermen die in het kielzog van de kruistochten naar Jeruzalem afreisden en onderweg aan de nodige gevaren blootstonden. In de loop der tijd nam de macht van de tempeliers enorm toe: de orde vergaarde grote rijkdommen en beschikte over uitgebreide bezittingen. Op den duur fungeerde zij zelfs als bank voor bijvoorbeeld de koning van Frankrijk, die zwaar bij de
tempeliers in de schuld stond. Wellicht mede om die reden werd de orde uiteindelijk in 1312 officieel ontbonden, nadat de tempeliers jarenlang wegens ketterij waren vervolgd. De laatste grootmeester van de tempeliers, Jacques de Molay, stierf in 1314 op de brandstapel, nadat hij schuldig was bevonden aan ketterij.
De tempeliers hebben van meet af aan aanleiding gegeven tot de wildste fantasieën
en speculaties over hun rituelen, hun overtuigingen en hun onderlinge band. Ook nu nog geloven sommigen dat de orde na 1312 in het geheim is blijven voortbestaan, of dat er nog altijd immense schatten van de tempeliers op verborgen plekken begraven liggen. In dit boek zet Jan Hosten de geschiedenis van de tempeliers duidelijk uiteen, van de eerste aanzet tot de opheffing van de orde en de nasleep daarvan. Bijzondere aandacht is er voor de Vlaamse ‘roots’ van de orde, die immers mede is opgericht door Godfried van Sint-Omaars, een Vlaamse edelman. Het boek bevat bovendien een uniek overzicht van het patrimonium van de tempelorde in de Lage Landen. Al met al is dit boek verplichte kost voor iedereen die geïnteresseerd is in de fascinerende geschiedenis van de tempeliers.

Jan Hosten (45) verricht reeds meer dan twintig jaar onderzoek naar de tempeliers. Hij is de drijvende kracht achter de website www.tempeliers.be, mede-oprichter van de Vereniging voor de Studie van de Tempeliers en de Hospitaalridders (VSTH), lid van de Society for the Study of the Crusades and the Latin East (SSCLE) en de Council for British Research in the Levant (CBRL). Hij staat bekend als dé kenner van de tempeliers in de Lage Landen.

De tempelorde werd in 1120 opgericht om de pelgrims in het Heilige Land te beschermen. De tempelridders waren gevreesde krijgers en ontpopten zich tot grootgrondbezitters en bankiers. In 1312 werd de grootste religieuze ridderorde ooit ontbonden op bevel van Filips IV de Schone van Frankrijk. Vele tempeliers werden geëxecuteerd. Minder bekend is het belang van de Lage Landen als logistieke en financiële draaischijf van de tempelorde. Jan Hosten vertelt over de Vlaamse roots van de tempeliers, hun activiteiten en commanderijen in de Lage Landen en de restanten van dat patrimonium.

Jan Hosten (45) verricht reeds meer dan twintig jaar onderzoek naar de tempeliers. Hij is de drijvende kracht achter de website www.tempeliers.be, mede-oprichter van de Vereniging voor de Studie van de Tempeliers en de Hospitaalridders (VSTH), lid van de Society for the Study of the Crusades and the Latin East (SSCLE) en de Council for British Research in the Levant (CBRL). Hij staat bekend als dé kenner van de tempeliers in de Lage Landen.

De Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, kortweg de Tempeliers, zijn berucht geworden door hun betrokkenheid bij de Kruistochten en de roemruchte manier waarop hun Orde is veroordeeld wegens ketterij en in 1312 is opgeheven. Van dezelfde Tempeliers wordt beweerd dat zij hun toevlucht hebben gezocht in Amerika. Volgens onderzoekers zijn daar keiharde sporen van terug te vinden, zoals de Westford Knight, de Newport Tower of de vermeende ingewikkelde gangenstelsels onder Oak Island. Daarnaast zijn de Tempeliers ook dieper het Amerikaanse continent binnengedrongen naar Wisconsin, of zelfs nog verder westelijk naar Montana. En hoe zit het met het Twaalfde Eeuwse document dat verhaalt van een reis van Tempeliers naar het mysterieuze land Onteora, dat volgens enkele onderzoekers in de Catskills terug te vinden is? En wat heeft dit allemaal te maken met de Vrijmetselarij, de stamboom van de Heilige Familie en de befaamde schat van de Tempeliers? Kunnen we dit terugvinden in Amerika, of wordt ons hier een enorm rad voor de ogen gedraaid? In dit boek wordt op nuchtere en soms humoristische wijze uiteengezet dat de Tempeliers wel iets beters te doen hebben…

Wilmar Taal (1969) is cultuurhistoricus en auteur van “Van Dorpsroddel tot Complottheorie. Verhalen van het Ronde Huis”, “The Silent Listener. The Life and Works of J.H.W. Eldermans” en “The Gnome Manuscript part one: origins, habit and culture”, “Bob Laurentius Richel. Een getekend leven” en “The Gnome Manuscript 2: The Gnome Grimoire. Magical workings with nature spirits”. Onlangs verscheen een bloemlezing van artikelen die in het tijdschrift “Skepter” zijn verschenen onder de titel “Sceptische bespiegelingen”. Hij woont in Koog aan de Zaan met zijn echtgenote en kat, deeltijd op de Veluwe en hoopt vurig zich ooit in Cornwall te kunnen vestigen.

Historia – De laatste geheimen van de tempeliers.
Voor geschiedkundigen zijn de middeleeuwen nog steeds gehuld in mystiek. De bronnen vertellen over machtswellustige koningen en corrupte pausen, die heersen in een tijd waarin onderdrukking, honger en ziekte dagelijkse kost zijn. Maar er bloeien ook idealen op. Met een blind geloof in Gods woord gaan heilige ridderordes de zwakken beschermen. Het sterkst staan de tempeliers, die geliefd zijn en die hun eer hoog in het vaandel hebben. Maar volgens de geruchten hellen de ridders langzaam over naar de duistere kant. Gods dienaren sluiten verbonden met moslimheersers, ze voeren duivelse rituelen uit en de rijkdom stijgt ze naar het hoofd. En dan slaat op een dag de gevaarlijkste vijand van de orde toe – met fatale gevolgen. Dit is het verhaal van de ondergang van de tempeliers, het dagelijks leven van de orde en de zoektocht naar hun onmetelijke schatten.

In dit boek wordt de ware geschiedenis van de Tempeliers op papier gezet, zonder te verdwalen in legenden en halve waarheden. De Tempeliers waren een kloosterorde die zich toelegde op het gebruik van wapens om de veiligheid en vrijheid van de christelijke pelgrimstocht door het Beloofde Land te waarborgen ten tijde van de kruistochten. Niet tegen de moslims als niet-christenen, maar als beulen van de veiligheid van de pelgrims.

Eeuwenlang waren zij de redders van het christendom, tot hun orde uit nijd en wrok werd ontbonden. Sedertdien zijn er stromen inkt gevloeid om de orde der Tempeliers te besmeuren of, zelfs als zij te goeder trouw was, te bezweren met ingewikkelde theorieën om hen af te schilderen als een soort kaste die in de wereld hoogtij viert.
Is er waarheid in het midden?

Niet helemaal. De Tempeliers hebben een grote geschiedenis, maar vanaf het einde van de Middeleeuwen werd de orde ontbonden. Met andere woorden, de Tempeliers maken deel uit van het verleden, een glorieus en mythisch verleden, maar er is geen diëtrologie die zou suggereren dat zij vandaag bestaan. In dit boek vindt u dus alleen de waarheid, geen vertakkingen of hypotheses die nergens op gebaseerd zijn. In het boek komen onder meer het ridderlijke ideaal, het ontstaan van de ridderschap, de Tempeliersmysteries en het beruchte proces aan de orde.

Rocco Mela is een Italiaanse journalist en schrijver. Hij heeft meer dan 400 krantenartikelen en 40 boeken gepubliceerd.

Historia – De laatste geheimen van de tempeliers.
Voor geschiedkundigen zijn de middeleeuwen nog steeds gehuld in mystiek. De bronnen vertellen over machtswellustige koningen en corrupte pausen, die heersen in een tijd waarin onderdrukking, honger en ziekte dagelijkse kost zijn. Maar er bloeien ook idealen op. Met een blind geloof in Gods woord gaan heilige ridderordes de zwakken beschermen. Het sterkst staan de tempeliers, die geliefd zijn en die hun eer hoog in het vaandel hebben. Maar volgens de geruchten hellen de ridders langzaam over naar de duistere kant. Gods dienaren sluiten verbonden met moslimheersers, ze voeren duivelse rituelen uit en de rijkdom stijgt ze naar het hoofd. En dan slaat op een dag de gevaarlijkste vijand van de orde toe – met fatale gevolgen. Dit is het verhaal van de ondergang van de tempeliers, het dagelijks leven van de orde en de zoektocht naar hun onmetelijke schatten.

Omstreeks 1130 schrijft Bernardus van Clairvaux een geestelijk traktaat dat bestemd is voor de tempeliers, een militaire orde. Het traktaat, dat als ‘Lofzang op een nieuwe ridderorde’ furore maakte, beschrijft de voorwaarden voor en etappes van een leven van ommekeer. Bernardus moedigt de tempeliers aan de wegen van Christus te bewandelen. Het document heeft echter een ruimere portee: over de hoofden van de tempeliers heen richt Bernardus zich tot de ridderklasse van zijn tijd, die zich onder invloed van de hoofse cultuur aan het omvormen is. Bernardus, zelf ridderzoon, probeert deze vaak agressieve en arrogante vechtjassen te injecteren met zachtmoedigheid, discipline en gemeenschapszin – kwaliteiten van de door hem wijd en zijd gepromote cisterciënzers. Aldus creëert Bernardus een hoogst originele symbiose van ridder en monnik die als blauwdruk zal dienen voor alle latere geestelijke ridderorden. ‘Lofzang op een nieuwe ridderorde’ biedt een beklijvende bezinning op thema’s als gerechtvaardigd geweld, de kunst van het sterven en monastieke spiritualiteit voor leken. Dit bekoorlijke werkje maakt de lezer tot ooggetuige van het wonderlijk debuut van de tempeliers, wier geschiedenis even tragisch als roemrijk zal zijn.

Bernardus van Clairvaux, vereerd als Sint-Bernardus (Fontaine-lès-Dijon, 1090 – Clairvaux, 20 augustus 1153) was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de cisterciënzers. Door zijn optreden kwam er een einde aan de zogenoemde adelskerk (of Adelskirche).

Dit interessante en in zwart-wit geïllustreerde boek rekent niet alleen af met alle fabelachtige verhalen die over deze monnik-soldaten in omloop zijn, maar geeft ook een zodanig gedetailleerde beschrijving van alle facetten vanaf het ontstaan, via de kruistochten, tot en met het einde van de orde, dat het lijkt alsof het nog niet zolang geleden is gebeurd. Er zijn dertien hoofdstukken, die ieder min of meer logisch onderverdeeld zijn. Het boek bevat appendices, een lijst van grootmeesters, verantwoording van de illustraties, literatuurlijst en een register. Er wordt een zeer duidelijk en goed leesbaar beeld gegeven van de organisatie en het leven van de tempeliers, de kruistochten en de situatie in Midden-Oosten gedurende circa 300 jaar. Het is evident dat de de auteur zich zeer gedegen heeft verdiept in de geschiedenis van die tijd en specifiek in de tempeliers. Voor een ieder die geïnteresseerd is in geschiedenis of iets meer wil weten over tempeliers of kruistochten is dit boek de moeite waard.

Koert Ter Veen is auteur, bekend van De tempeliers (2004), Athos (2001) en Van lammeren naar leeuwen (2004)

Fascinerende geschiedenis van de tempeliers in onze gewesten.
Christen ridders of gewetenloze onruststokers? Historicus geeft een genuanceerd beeld van de tempeliers.
Het conflict in het Midden-Oosten en de Da Vinci Code: ze hebben kruistochten en ridderorden als grondslag. Maar waar eindigt de mythe en begint de realiteit? Dit boek stelt scherp op de orde van de tempeliers. Wie waren die mysterieuze krijgers voor God? En vooral: welke rol speelden zij in de Lage Landen?
1120. Negen ridders, onder wie de Vlaming Godfried van Sint-Omaars, leggen kloostergeloften af. Ze zullen de pelgrims, die naar Jeruzalem toestromen, beschermen tegen moslims. De orde van de tempeliers, tegelijkertijd religieus én militair, is een feit.
De verre Nederlanden worden een logistieke en financiële draaischijf van de orde. Hier werven de tempeliers rekruten, ze verwerven er vastgoed, drijven handel, boeren en bankieren… Speelt die rijkdom een rol in het doodvonnis van de tempeliers? In 1312 wordt de orde op bevel van Filips de Schone afgeschaft.
Michel Nuyttens, doctor in de geschiedenis en rijksarchivaris te Brugge, koestert de tempeliers. Al 35 jaar verdiept hij zich wetenschappelijk in de orde en geeft hij er lezingen over. Met dit boek lenigt hij de nood aan een objectieve en heldere beschrijving van de tempeliers in onze gewesten.

Michel Nuyttens is auteur, bekend van Krijgers voor God (2007), De glans van Cîteaux in de Nederlanden (1997) en De keuze van de archivaris (2010).

Dit boek beschrijft een periode van slechts 7 jaar, die echter in politiek opzicht beslissend waren voor de toekomst. Onderwerp is de ondergang van de Tempeliers, wier rijkdommen en macht voor Filips IV van Frankrijk de aanleiding waren om op niets-ontziende wijze en door middel van korruptie en terreur zijn absolute macht te vestigen, zelfs boven die van de Kerk. Zijn voorbeeld zou later in de totalitaire staten worden nagevolgd. De gevangenneming, de processen, het juridisch bedrog en het spel met een te zwakke paus worden boeiend beschreven. Voor de vakhistoricus bevat het weinig nieuws, voor de geinteresseerde leek is het erg interessant.

Maria Josepha Krück von Poturzyn, geboren in 1896 in Wilden bij Innsbruck, volgde twee jaar onderwijs in België en twee jaar in Engeland. Tijdens de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog studeerde ze economie in Heidelberg, werkte vervolgens als maatschappelijk werkster en zette haar studie later voort in Leipzig. Ze begon met schrijven in 1932. Ze publiceerde meer dan twaalf boeken, voornamelijk historisch-biografische werken zoals " Hier sta ik", "De Reformatie als een Europese bestemming" en "Garibaldi".

De (hedendaagse) Orde van de Tempeliers is al gesticht in het jaar 1161 door een edelman met de naam Hugo de Payens. Bij haar stichting bestond de Orde uit slechts negen man, maar heeft zich inmiddels in grote getale uitgebreid. De naam is ontleend aan de (geheime) opdracht: het zoeken naar de schatten van de tempel van Salomo te Jeruzalem. Zij bouwden tijdens hun bestaan een tweehonderd tal kerkgebouwen. Hun verwantschap met de Heilige Graal en de Essenen, even geheimzinnig en mysterieus als zij, is geen aanbeveling. Wij willen de gegevens die ons bekend zijn aan u doorgeven.

Heel dun boekje, maar veel interessante details, erg leerzaam !

Johannes Izak (Joop) van Baaren (Utrecht, 8 oktober 1914 — Amstelveen, 17 maart 1998) was een Nederlandse christelijke auteur en uitgever en ex-vrijmetselaar.
Hij werd vooral bekend door zijn vele boekjes en brochures over religie, esoterie, cultuur en ethiek die verschenen van 1969 tot 1998. Zijn brochures waren vooral kenmerkend door het vaste formaat waarin deze gepubliceerd werden. Iedere boekwinkel kon de boekjes op eenvoudige wijze in een kaartenmolen plaatsen. Daarnaast werden alle brochures duidelijk geschreven vanuit zijn eigen persoonlijke christelijke levensovertuiging. Veel brochures, die echter uitsluitend de persoonlijke visie van de schrijver bevatte, kregen daarom als ondertitel mee in het licht van de bijbel. Andere bekende thema's waar Van Baaren over publiceerde waren vrijmetselarij, Israël, jodendom, judaïsme, eindtijd en Heilige Geest.

Geschiedenis van de Orde van de Tempeliers, een uit een groep kruisvaarders ontstane kloosterorde die slechts enkele eeuwen heeft bestaan (1129-1307), maar in die tijd uitgroeide tot een van de machtigste, rijkste en succesvolste kloosterordes ter wereld. Het boek beschrijft de ontstaansgeschiedenis van de orde, opkomst en ondergang, bekende tempeliers, hun doelstellingen, strijd (heilige oorlog) tegen de islam, de militaristische aspecten (zij beschouwden zichzelf als ridders), rol als grootgrondbezitters, hun vrienden en vijanden, kloosters, kerken en paleizen en de rituelen, geheimen, mythen en legenden eromheen. Een boeiend, informatief, toegankelijk boek voor een breed publiek, geillustreerd met vele kleurenillustraties. Bevat een register, verklarende woordenlijst en een bibliografie. Deel uit de reeks ‘Geschiedenis en geheimen’ waarin eerder delen verschenen over onder meer de vrijmetselaars en de Dode Zeerollen. Van dezelfde auteur verscheen in deze reeks gelijktijdig een boek over de Heilige Graal.

Alan Butler is een ingenieur die gefascineerd raakte door geschiedenis en ook een expert werd in astrologie en astronomie. Hij deed onderzoek naar oude culturen, heidense overtuigingen en vergelijkende godsdienstwetenschap en publiceerde vier succesvolle boeken over de Tempeliers en de Graallegende.

Dit boek wil een nieuw licht werpen op oorsprong en betekenis van de voorspellingen van Nostradamus (1503-1566), de Franse geneesheer die bekendheid verwierf door zijn profetieen. Bovendien wordt deze geschiedenis verweven met het einde en de overblijfselen van de schat van de Tempeliers, de legendarische kruisridderorde. In drie delen wordt dikwijls wijdlopend en subjectief beschreven hoe het er in die tijden aan toe zou zijn gegaan. De auteur heeft jarenlang onderzoek verricht en is tot de slotsom gekomen dat Nostradamus zijn voorspelling gestolen heeft uit een Belgisch klooster waar deze al ruim tweehonderd jaar tevoren waren opgetekend. Voor een ieder die geinteresseerd is in de geschiedenis of Nostradamus of de Tempeliers is dit een zeer leerzaam en interessant werk

Rudy Cambier is een Belgische schrijver die vooral bekend is vanwege zijn onderzoek naar de profetieën van Nostradamus en hun vermeende connectie met de Tempeliers..

Na alle opzienbarende theorieën die de laatste 15 jaar over de Tempeliers zijn verschenen, was het verschijnen van dit boek in 1985 een verademing. Het is niet flitsend of romantiserend. Nuchter en helder, in begrijpelijke maar wetenschappelijk verantwoorde taal worden ontstaan, opbouw, activiteiten, fouten en ondergang van de tempelorde beschreven. Dit geheel wordt geplaatst tegen de contemporaine achtergrond van pausdom, geloof, vorsten, nationaal belang, kruistochten en geld. Enkele tabellen en kaartjes, en een uitvoerig notenapparaat en bibliografie completeren het werk. Boeiend voor geïnteresseerde leken, betrouwbaar naslagwerk voor vakgenoten. Smaakvolle, goed leesbare omslag met afbeelding van tempeliers. Met kaarten en plattegronden, noten.

Alain Demurger is een Franse historicus en een vooraanstaand specialist in de geschiedenis van de Tempeliers en de kruistochten. Alain Demurger is honorair conferentiemeester aan de Université de Paris I Panthéon-Sorbonne.

De Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers, was een geestelijke ridderorde, gesticht ter bescherming van de pelgrims naar het “Heilige Land”. De Tempeliers bespreekt het gedachtegoed van de Tempeliers en geeft een goed beeld van de periode. De heldere teksten worden versterkt door kleurrijke illustraties.

Marilyn Hopkins is een Engelse auteur die verschillende boeken over de Tempeliers heeft geschreven, met name gericht op de historische en mystieke aspecten van de ridderorde. Een van haar bekende werken in het Nederlands is vertaald als De Tempeliers: Hun geschiedenis en mystieke verbanden.

De Tempeliers vormden een geestelijke ridderorde, gesticht tijdens de kruistochten (in 1119 in Jeruzalem) met als doel de pelgrims in het Heilige Land te beschermen. De orde genoot vrijdom van belastingen. Door enkele grote schenkingen en door voorrechten werd de orde zeer vermogend.
De Tempeliers werden gehaat door bisschoppen omdat zij zich aan hun gezag onttrokken. Reeds in de 12e eeuw waren luide klachten te horen over de trouweloosheid en uitspattingen van de Tempeliers. De orde werd in 1312, op het concilie van Vienne opgeheven. Haar grootmeester en vele ridders werden levend verbrand. Een dergelijk prachtig en overzichtelijk boek meer zeer veel full colour illustraties was nog niet eerder in het Nederlands verkrijgbaar.

Patrick Huchet is een Franse auteur die het boek De Tempeliers: Van glorie tot tragedie schreef. In dit werk beschrijft hij de opkomst en ondergang van de Tempeliers, een geestelijke ridderorde die werd opgericht tijdens de kruistochten.

De geschiedenis van de tempeliers of tempelridders is zeer boeiend en veelzijdig. Tussen 1000 en 1400 na Chr. waren de tempeliers zeer rijk, machtig en toonaangevend. Zij speelden een zeer grote rol bij de kruistochten. Opgaand in hun eigen macht hebben zij zich zelf ten gronde gericht en zijn de meesten door toedoen van Philips de Schone als ketters op de brandstapel gekomen. Aan de hand van historische bescheiden worden in zes gedetailleerde hoofdstukken bijna alle aspecten en wederwaardigheden met betrekking tot de tempeliers op een goed leesbare wijze beschreven. De Belgische auteurs Yves van Buyten en Willy Vanderzeypen hebben na een gedegen speurtocht van veertien maanden door West-Europa aan de hand van de documenten een nieuw licht geworpen op de geschiedenis van de tempeliers.

Yves van Buyten is bekend van De tempeliers (2005), Katharen in Europa: een reis doorheen het katharisme (2004) en Grandeur en val van de Pausen van Avignon (2021).

Willy Vandezeypen is een persoon die deskundig is in het Katharisme (waar hij ook een boek over schreef) en de Tempeliers.

De orde van de tempeliers was een geestelijke orde van ridders, gesticht in 1118 in Jeruzalem en opgeheven in 1312. Allan Oslo stelt dit beeld in vraag en onderzoekt de eigenlijke reden waarom de Kerk de orde van de tempeliers heeft opgeheven: hun geheime leer. Zijn onderzoek naar de wortels en de essentie van deze geheime leer, onderzoek dat vaak langs kronkelpaden loopt, is niet alleen verhelderend maar ook uitermate boeiend.

In een inleidend overzicht wordt het wezen van de heilige graal beschouwd, met het oog op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de mens. Het graalchristendom dat uit deze ontwikkeling voortkwam, werkte tot het einde van de vierde eeuw in het ‘johanneïsche christendom’ en kwam als karmisch gemetamorfoseerde stroom in de orde van de tempeliers weer naar boven. In hun inwijdingsrituelen licht de impuls van de heilige graal op een nieuwe manier weer op. Juist met betrekking tot de inwijdingsrituelen van de tempeliers is dit boek uniek in zijn soort, omdat het rituelen, die tot op de dag van vandaag onbekend zijn gebleven, tot in detail onthult. Voor een juist geschiedenisbeeld is deze kennis tegenwoordig noodzakelijk, omdat daardoor de motieven van het handelen van de tempeliers, alsook van hun tegenspelers, pas begrijpelijk worden.
In rijke beeldende taal worden in deze eerste band twee onderdelen van de inwijding in de hoogste graad van de orde geschilderd, het ochtend- en het avondritueel, zoals deze zich aan het einde van de dertiende eeuw voltrokken hebben. Daardoor voelt de lezer zich meegenomen op deze innerlijke reis, waarop de tempeliers-adepten zich begaven. Daarbij wordt hij aangezet tot eigen belevenissen aan de andere kant van de drempel.
Met de kennis betreffende het eerste en het derde inwijdingsritueel is voor de lezer de weg geëffend om ook het tussenliggende tweede onderdeel van de inwijding te begrijpen, wat een centrale rol gespeeld heeft bij de vernietiging van de orde. Dit zal in het tweede deel besproken worden.

Judith von Halle (1972) is een Duitse architect, antroposofe en auteur.
Von Halle werd als enig kind van Joodse ouders geboren. Ze bezocht een rooms-katholiek gymnasium in Berlijn en een School in de VS. In Berlijn studeerde ze vervolgens architectuur, eerst aan de Universiteit der Kunsten, daarna aan de Technische Universiteit. In 1998 studeerde ze af als ingenieur waarna ze als architekt werkzaam was. In 1997 kwam ze in contact met de antroposofie. Ze werd medewerker van het Rudolf-Steiner-Haus in Berlijn en houdt daar en op andere plaatsen sinds 2001 lezingen. In 2002 trouwde ze met de Berlijnse antroposoof en architekt Carl-August von Halle, in wiens kantoor ze toen werkzaam was.

Judith von Halle stelt haar mystieke ervaringen in dienst van de antroposofie en met name van het beter begrijpen van het Christus-mysterie. Onder antroposofen is ze evenwel omstreden.

Na de voorbereidende beschrijving van het eerste en derde onderdeel van de inwijdingsritus van de tempeliers wordt hier het tweede onderdeel van het driedelige ritueel beschreven. Het vormt – zowel in de onderhavige presentatie alsook in de historische realiteit – de kern waaromheen zich het hele proces tegen de tempeliers afspeelde. Het door marteling afgeperste prijsgeven van brokstukken van het tweede deel van de inwijding werd indertijd door de Franse koning Philips de Schone gebruikt als middel om de orde uit te roeien. Bovendien stelt het Document van Chinon, dat kortgeleden door het Vaticaan is gepubliceerd, de tempeliersbond blijvend in een kwaad daglicht. Deze regelrechte laster betreffende de christelijke ridderorde, die het werken vanuit de impuls van de heilige graal als grondslag had, is echter te weerleggen door geesteswetenschappelijk aan het licht gebracht inzicht en door de beschrijving van de inhouden van het tweede onderdeel van het ritueel.
Niet alleen worden de toenmalige geestelijke inspiratoren aangegeven, maar ook de verborgen lotsbepalende relatie tussen Philips de Schone, paus Clemens V en de buitengewone individualiteit van de laatste grootmeester van de tempeliers, Jacques de Molay, die ten grondslag lag aan de hele controverse.
De indrukwekkende schildering van de persoonlijke spirituele levensbeproeving van de grootmeester geeft een verhelderende blik op de achtergronden van zijn laatste herroeping en zijn daaropvolgende dood op de brandstapel.
Het boek eindigt met een ontroerend verslag over de laatste rituele bijeenkomst van de leiding van de orde en de betekenis hiervan voor de huidige en toekomstige mensheidsontwikkeling

Judith von Halle (1972) is een Duitse architect, antroposofe en auteur.
Von Halle werd als enig kind van Joodse ouders geboren. Ze bezocht een rooms-katholiek gymnasium in Berlijn en een School in de VS. In Berlijn studeerde ze vervolgens architectuur, eerst aan de Universiteit der Kunsten, daarna aan de Technische Universiteit. In 1998 studeerde ze af als ingenieur waarna ze als architekt werkzaam was. In 1997 kwam ze in contact met de antroposofie. Ze werd medewerker van het Rudolf-Steiner-Haus in Berlijn en houdt daar en op andere plaatsen sinds 2001 lezingen. In 2002 trouwde ze met de Berlijnse antroposoof en architekt Carl-August von Halle, in wiens kantoor ze toen werkzaam was.

Judith von Halle stelt haar mystieke ervaringen in dienst van de antroposofie en met name van het beter begrijpen van het Christus-mysterie. Onder antroposofen is ze evenwel omstreden.

Over de tempeliers is weinig bekend. Waarom verzamelden ze zoveel goud? Wat deden ze in het Midden-Oosten? Welke inwijdingen kenden zij? Koning Filips de Schone wilde de orde vernietigen. De gruwelijke folteringen, terechtstellingen en verbrandingen waren niet zonder gevolgen. Zelfs de grootmeester werd gedwongen (valse) bekentenissen af te leggen. Deze uitgave is gebaseerd op lezingen van Rudolf Steiner en gaat verder in op onder andere de tempel van Salomo, Kaïn en Abel, Golgotha, en de rozenkruisers. Een onthullend boek dat inzicht geeft in de diepere impulsen.

Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, leefde van 1861-1925.

Zijn werk wordt gekenmerkt door een ongeëvenaarde omvang en verscheidenheid. Het verbindende element in al zijn boeken en voordrachten is de integratie van spirituele kennis met de dagelijkse praktijk. Vanaf zijn eerste filosofische werken tot aan zijn laatste voordrachten voor o.a. artsen, leraren en kunstenaars laat Steiner zien hoe vrijwel iedere menselijke activiteit, van denken tot doen, inspiratie kan ontlenen aan een moderne ‘wetenschap van de geest’.

Steiners werk heeft geleid tot een antroposofische beweging met tal van praktische werkgebieden. Het meest bekend zijn de Vrije-Schoolpedagogie, de antroposofische geneeskunde en de biologisch-dynamische landbouw. Maar ook daarbuiten voelen mensen van allerlei beroepsrichtingen zich geïnspireerd door Steiners ideeën. Architecten en kunstenaars, wetenschapsbeoefenaars en mensen die in het bedrijfsleven actief zijn, laten hun werk door de antroposofie bevruchten. De bron waar deze inspirerende werking van uitgaat is te vinden in Steiners boeken en voordrachten.

De titel: De verborgen nalatenschap van de Tempeliers, mag dan op het eerste gezicht doen vermoeden dat er weer meer van hetzelfde wordt geserveerd – want denken we niet allen spontaan aan titels als De schat van de Tempeliers, Het geheim van de Tempeliers, De vloek van de Tempeliers –, doch niets is minder waar. Er worden geen grote, oude geheimen onthuld; er wordt hooguit op het eerste gezicht, een verhaal gefabuleerd in romanvorm, met zowel oude als hedendaagse personages, die verwikkeld raken in allerlei intriges, met een welomschreven plot. De auteur laat u als lezer echter op uw honger zitten, althans voor diegenen onder u die meer over de Orde van de Tempeliers willen vernemen. En laat dat nu net het opzet zijn. De verborgen nalatenschap van de Tempeliers wil immers eerder een gids zijn, een leerboek, of persoonlijke handleiding in de zoektocht naar jezelf. In die zin zou je dus enigszins kunnen gewagen van een nieuw genre, al klinkt dat te pretentieus: noch zuivere roman, noch puur thriller, noch esoterisch werkstuk, doch veeleer een persoonlijke reisgids, op basis van een gesponnen verhaal. De twee boekdelen doen dus eerder dienst als decor daarbij. In het eerste boekdeel word je vertrouwd gemaakt met het leven en lijden van tempelridder Raymond de Mareuil, die zijn gelofte van kuisheid verbreekt, ten gunste van zijn geliefde Adelaïde. In het tweede boekdeel treed je in de leefwereld van enkele hedendaagse personages, waarvan sommigen afstammen, of vermoedelijk afstammen, van illustere figuren uit voormeld verleden. Beide boekdelen liggen inhoudelijk eigenlijk in elkaars verlengde, al gaapt er een kloof van enkele eeuwen tussen beide.

In samenwerking met de Heemkundige Kring Ruddervoorde
Een ridder-kruisvaarder-tempelier uit Ruddervoorde. Gerard de Ridefort werd de tiende grootmeester van de Orde der Tempelridders in Jeruzalem. Een spilfiguur in de politiek van de Europese koningshuizen in het Heilige land. Was hij verantwoordelijk voor de fatale nederlaag van de christelijke legers tegen de moslims in de slag bij Hattin in 1187?

https://heemkunderidefort.eu/nog-te-verkrijgen-publicaties/publicaties-p.-4

Boeken uitgegeven in het Engels en vertaald naar het Nederlands (er worden nog boeken toegevoegd)

De Tempeliers waren een van de beroemdste christelijke militaire orden uit de middeleeuwen. Officieel bekrachtigd door de kerk in de eerste decennia van de 12e eeuw, was het uitdrukkelijke doel van de orde om christelijke pelgrims te verdedigen en te beschermen. Het concept werd populair en met patronage kwamen rijkdom en macht, zodat de orde, via een substantiële infrastructuur van niet-krijgsleden, zich over heel Europa verspreidde en haar doelstellingen bevorderde, financiële instellingen ontwikkelde en op grote schaal versterkingen bouwde. De Tempeliers worden echter vandaag de dag vooral herinnerd om de dapperheid van hun militaire ridders. Gekleed in witte mantels met het kenmerkende rode kruis, trokken de Tempeliers enkele van de meest deskundige en effectieve strijders van hun tijd aan en creëerden ze deze ook. Uiteraard was de orde nauw verbonden met het Heilige Land en met de kruistochten. Zo'n tweehonderd jaar lang vocht ze tegen de islamitische strijdkrachten om de heerschappij over Jeruzalem, waarbij ze in tientallen gevechten en grote veldslagen wisselende resultaten boekten. Het uiteindelijke verlies van het Heilige Land kon niets anders doen dan een daling van hun fortuin en zelfs van de steun voor de Tempeliers veroorzaken. Bovendien maakten de rijkdom van de orde en haar onafhankelijke structuur, met macht buiten staat en kerk, haar onvermijdelijk een doelwit voor zowel verdenking als ontbinding. Het einde kwam in 1312 – in een stortvloed van martelingen, bloedvergieten en brandstapels. De legende leeft echter voort en vandaag de dag zijn de tijden van de Tempeliers veel intrigerender en suggestiever dan ooit.

Het einde van de Orde van de Tempel is een van de grote verhalen uit de middeleeuwen. De Laatste Tempelier is een baanbrekend onderzoek naar de laatste dagen van de machtige Tempeliers en hun laatste grootmeester, Jacques de Molay, door een van Frankrijks grootste middeleeuwse geleerden.